Bees 2009
Anita Hrnic en Pleuni van Tongeren studeerden in 2009 af aan de major Autonome Beeldende Kunst.
Foto door Folke Janssen
Vlezig, sereen, dood. Zomaar woorden die bij me opkomen bij het kijken naar Bees 2009, de performance van Anita Hrnic en Pleuni van Tongeren.
De leegte van het lokaal gevuld met diffuus licht door met karnemelk be-
schilderde ruiten creëert rust. De twee open ramen worden alleen van de buitenwereld gescheiden door horgaas. De wind waait er doorheen. Zwoele, warme wind. De bijen vliegen rond door de ruimte. Ze vormen allerlei pa-
tronen over het horgaas. Ze zijn niet onrustig of opgejaagd. Een bijenkastje voorziet ze van eten. Het witte licht brengt stilte in deze toch al museale
ruimte die is verbonden met het geluid, het ruisen van de bomen en het
fluiten van de vogels.
Bij dit specifieke bijenvolk sterven er volgens de imker, die kunstenaars begeleidt, dagelijks zo’n 100 bijen. De bijen vallen dood neer op de grond, in stilte. Vaak op dezelfde plek, daar ontstaan opeenhopingen. Zonder ophef, de andere bijen vervolgen hun weg.
Dan, te midden van het lokaal, een glazen terrarium met daarin twee bijna blote jonge vrouwen, hun witte kleding transparant geworden door de honing. De honing waarmee ze elkaar troosten is ruim voorradig in weckpotten waar
ze met hun handen de stroperige goudkleurige massa uithalen om over elkaar heen te smeren.
Het publiek kan komen kijken, van dichtbij. Ze kan zelf deel uitmaken van de performance. Een imker zal het publiek begeleiden. Door een sluis zullen zij in imkerpak de ruimte betreden, en net als de bijen kunnen zij dolen door de ruimte.
Niet alle mensen zullen zich even vrij voelen om te blijven staan kijken naar de intieme performance in het terrarium. De bijen blijven, niet door de performance in verwarring gebracht, in dezelfde hoedanigheid rondvliegen.
Ze verspreiden een geur die ervoor zorgt dat je als toeschouwer onderliggende samenhang ervaart tussen de bijen en de in honing gedrenkte meisjes.
De relatie met het publiek gaan Anita Hrnic en Pleuni van Tongeren net als met elkaar graag aan. Als vooronderzoek zijn ze naar een imker toegegaan om de performance uit te voeren en te filmen om te zien hoe het zou werken.
Door de positieve reacties van toevallige voorbijgangers kwamen ze tot de conclusie dat een film alleen niet voldoende is. Het moet bestaan, in relatie met het publiek.
Een terrarium zorgt ervoor dat je beesten kunt houden die je zonder niet kan houden. Het glas zorgt ervoor dat je samen kunt zijn met dat achter het glas maar geen last hebt de praktische ongemakken. De dieren lopen zo niet weg of blijven op de juiste temperatuur door eventuele warmtelampen, ze vormen achter glas geen gevaar voor hun omgeving.
Het kan ook ongewenste invloeden buiten sluiten. Een glazen kooi verenigt de toeschouwer met het beest in de kooi of met de natuur buiten. Een relatie die soms niet op een andere manier kan bestaan. Dichterbij kun je dan niet komen.
Er is gevaar en tederheid.
Twee meisjes in een glazen kooi, een schilderij dat blijft bewegen.
De van oorsprong Bosnische Anita Hrnic en Tilburgse Pleuni van Tongeren hebben elkaar leren kennen op de academie. Ook al kiezen ze beiden in de eerste instantie voor de richting illustratie, al snel komen ze tot de conclusie dat beeldende kunst beter bij hen past. Na een aantal weken besluiten ze, onafhankelijk van elkaar, van richting te veranderen. Ze ontdekken parallellen in elkaars werk waardoor al vroeg een samenwerking ontstaat. Hoewel ze naast hun samenwerking ook nog individueel werk maken, vertellen ze dat als ze samenwerken, een symbiose ontstaat waardoor het werk zichzelf ontstijgt, meer dan bij hun individuele werk. Ze versterken elkaar.
In het tweede jaar zijn ontstaan er al ideeën met melk en honing, maar die komen dan nog niet tot uitvoering.
Begin 2008 komen ze met een samenwerkingsproject dat commotie teweeg brengt. Als reactie op de vraag van een docent aan de klas over hoe je je werk overbrengt en wat je leermoment is, bestellen zij een taart. Deze willen ze zonder aankondiging, voor de les, in het lokaal zetten om te zien of mensen de taart aansnijden, of het een discussie teweeg brengt. Discussie ontstaat, maar niet in de klas. De slagroomtaart die ze bij de Hema bestellen is er namelijk een met een afbeelding van een massagraf erop.
Toen we bij de balie aankwamen om de taart op te halen stonden er beveiligingsmensen achter. Die gaven ons vervolgens een telefoonnummer voor verdere uitleg. Het bleek het nummer te zijn van het hoofd van de filialen in Noord-Brabant. Hij reageerde boos op onze bestelling. We gaven aan dat het voor een project op school was, maar Hema wilde voor de taart geen verantwoordelijkheid nemen.
Om uit te pluizen wat de precieze reden was dat we onze taart niet mee kregen zijn we onder de identiteit van andere klasgenoten het hoofd gaan opzoeken. Die vertelde ons dat hij om 5 uur uit zijn bed was gebeld. Medewerkers hadden een taart voorbij zien komen met daarop ledematen afgebeeld. Ze dachten dat de pers erachter zat en dat het negatieve reclame op zou leveren. Ze wilden voorkomen dat de taart onder de ogen van klanten zou komen. De taart werd daarom weggegooid.
Op de vraag hoe ze hun toekomst zien antwoorden ze dat ze nog volop ideeën hebben en er al projecten lopen. Er komt dus vast nog een mogelijkheid om de beleving van hun mooie werk met hen te delen.
Webiste Anita Hrnic
Tekst door: Marinke Marcelis 14-07-09